editions / publications read work bio contact

 


 

read

 




over: TRAIL, 2015
Harmen Eijzenga

,...In Annemiekes werk is het proces, het bedenken en het maken en het registreren, eigenlijk belangrijker dan het resultaat daarvan – hoewel dat proces natuurlijk wel aanwezig en zichtbaar is in dat resultaat als het onvermijdelijk einde van al dat werk. Proces en resultaat zijn identiek geworden: het proces is het resultaat, is het werk zelf geworden.’

..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

over: Distance Courage
website De Vleeshal, Middelburg

Annemieke Fanoy (Vlissingen 1970) werkt sinds 2005 weer in Zeeland. Ze loopt vaak langs de dijken aan de Oosterschelde waarna allerlei gevonden schatten op haar atelier eindigen, vertrekpunt voor nieuw werk.
Uit dit proces komen tekeningen objecten en installaties voort, steeds met een andere visie op hetzelfde.

Een dorp verder van waar zij woont werd ze geïnspireerd door een prachtig jaren ‘70 openlucht zwembad compleet met klassieke badtoren: het Wissebad. Het zwembad is een L-vormige blauwe bak ingebed tussen
dorp en polder. Ze onderzocht, door middel van verschillende methoden, de ruimte van deze voor haar bijzondere plek: het zwembad – leeg en gevuld met water. Ten eerste bouwde zij een ruimtelijke structuur in het lege bad die refereert aan de maat van een zwemmer en de golfslag van het water. Ook liet zij een vlieger met camera op boven het bad om de ligging van het L-vormig bad in het landschap vast te leggen. Daarna filmde ze al zwemmend om het gegeven afstand nader te onderzoeken. Ze werkte samen met fotograaf Leo van Kampen en filmmaker Conny Beneden.

Fanoy voelt zich verbonden met het Zeeuwse landschap, het vlakke land, de vegetatie en het vele water. Het project in het Wissebad komt voort uit haar belangstelling naar de ervaring van de ruimte.
Het onderzoek verloopt via de elementen aarde, lucht en water. De tentoonstelling laat een installatie zien, documentatie-fotografie en videowerk.

Annemieke Fanoy studeerde in 2002 af aan de Willem de Kooningacademie Rotterdam. Zij ontving in 2009 een basistipendium van het fonds BKVB/Mondriaan Fonds en exposeerde in binnen– en buitenland.
Ze werkt in Middelburg en in Antwerpen.

..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................


SpaceBuro: een kleine grote ruimte voor verbeelding en verbinding
Ruth Loos, Antwerpen, 13 januari 2014

Beeldend kunstenaars Erik Van In en Annemieke Fanoy bundelen hun artistieke engagement tot een nieuwe inspirerende plek voor hedendaagse kunst in Antwerpen Noord. Met de tentoonstellingsruimte en werkplek SpaceBuro, gelegen in de Jan Palfijnstraat vlak naast de Moskee Al-Mouslimine, gaan zij de uitdaging aan niet te programmeren voor een ‘multiculturele wijk’. Hun uitgangspunt is de mens, het aanspreken van buurman en buurvrouw als individu, het waarderen van intermenselijke relaties ongeacht cultuur- en andere verschillen en/of overeenkomsten.

Zelf verwijzen de kunstenaars met hun gekantelde, oude foto van de berg Kazbek in de Kaukasus - op de contactpagina van hun  website - niet alleen naar een van de belangrijkste vulkanische bergen ter wereld, inspiratiebron voor menig schilder en schrijver. Ze verwijzen er ook mee naar een regio gekend als kruispunt van culturen, religies en talen. Dat de foto gekanteld is kan een puur vormelijke keuze zijn, of verraadt de kanteling toch een zekere ‘niet-vanzelfsprekendheid’ in het multiculturele samenleven? Van Erik Van In weet ik dat hij een groot hart heeft voor ‘zijn multiculturele wijk’. Ik ben er dus redelijk gerust in dat SpaceBuro geen geïsoleerd eilandje wordt, maar de diversiteit in de wijk op een warmmenselijke doch artistiek-eigenzinnige wijze mee zal kleuren.

Van In en Fanoy zoeken verbindend te werken en kunstenaars in een gemeenschappelijke zoektocht samen te brengen. Zij willen het onderzoek van de kunstenaars delen met de gemeenschap.
Van In en Fanoy organiseren, initiëren, cureren, nemen zelf deel, nodigen uit, faciliteren, delen. Ze profileren SpaceBuro niet louter als een receptieve ruimte maar stellen dialoog en uitwisseling centraal,
van kunstenaar tot kunstenaar, maar ook van kunstenaar tot buurman tot wijk. In de toekomst zullen zij ook voorzien in een werkplaats of residentie mét assistentie in hun prachtige grote atelier met daglicht. Lezingen en edities komen ook op het programma.

SpaceBuro is een kleine grote ruimte. Het is letterlijk een kleine tentoonstellingsruimte, conceptueel een grote ruimte. Het is een kamer in een huis in een straat in een wijk. Het is een huiselijke witruimte voor verbeelding, onderzoek, trial & error. Het is een voel- en denkplek, waarbij de handen in de materie gedegen reflectie niet in de weg staan. SpaceBuro heeft aandacht voor de vele facetten van het creatieve proces, de kunstenaarspraktijk. Niet enkel het tonen van het eindresultaat, maar ook het onderweg-zijn, het proces, wordt belicht. Space verwijst ook naar het werk van beide kunstenaars waarin de notie ruimte een belangrijke rol speelt. Van In koppelt ruimte aan tijd(sbeleving), Fanoy verbeeldt de lichamelijke ervaring van ruimte.

De notie ‘ruimte’ wordt ook de invalshoek voor de eerste tentoonstelling Lovejoy Unit-1 waarmee SpaceBuro wordt ingewijd in maart 2014. Ook hier is de naam niet zomaar gekozen. Arthur O. Lovejoy, een Amerikaanse historicus startte in het begin van de 20ste eeuw met een systematische studie van wat hij ‘ideeëngeschiedenis’ noemde. Naar het concept ruimte kunnen we dan kijken als een unit-idea waarover een 24-tal kunstenaars beeldend reflecteren in evenveel tekeningen. Nieuwe associaties en verbanden komen naar voren. Verschillende aspecten van ruimte, van ruimte en symboliek, fysieke en conceptuele ruimte, van natuurlijke en culturele ruimte, van het verlangen naar ruimte, ruimte en tijd en beweging, ruimte en identiteit, ruimte in en rond het werk, en misschien vooral de ruimte van en voor verbeelding worden op uitnodigende wijze voorgelegd.

Over het werk van de kunstenaars: Erik Van In (Antwerpen 1961) manipuleert tijd en ruimte. Hij bouwt objecten en installaties die reflecteren over tijd, over tijdservaring. Met een sterke mechanisch-technische,
en ook digitale kennis werkt Van In aan beelden die dan weer poëzie oproepen, dan weer vervreemding, of beide. De esthetische ervaring komt er niet zozeer naar aanleiding van de vorm,
wel in het verschijnen en verdwijnen van vorm, geluid, beweging in de tijd. Van In creëert tijd, tijd die stilstaat, tijd die beweegt. Tijd en ruimte worden artistiek en op ingenieuze wijze geritmeerd waarmee de kunstenaar ruimte opent voor contemplatie, en waarbij hij heel subtiel, ook humor aanwezig stelt.

Annemieke Fanoy (Vlissingen 1970) verzamelt, manipuleert, creëert. Zij tekent, op papier en in de ruimte, twee- en driedimensionaal. Handmatig en met zorg sprokkelt zij en ziet zij het beeldend potentieel van gevonden
of bestaande lijnen, vlakken en vormen. Zij isoleert ze en laat ze spreken. Fanoy creëert ook lijnen en vormen, houten lijnen bijvoorbeeld in een zwembad of galerij, waarmee zij het concept ‘ruimte’ inschuift in de ruimte, en thematiseert tot kunstwerk. Het ‘lichaamsmatige’ is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het eigen lichaam is maatstaf voor de ervaring van ruimte, de ervaring van nabijheid, afstand, beweging en verlangen. Met Merleau-Ponty kunnen we spreken over een ‘pre-reflexieve’ ervaring, dit is, een ‘lichamelijk weten’, hier getransformeerd tot kunstwerk.

..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

published in Genius Loci by De Vleeshal, Middelburg
Harmen Eijzenga © 2012

Dat beeld en context twee kanten van hetzelfde zijn laat Annemieke Fanoy zien in het beeldverslag van haar onderzoek. Het is een onderzoek naar de ervaring van ruimte – maar “ruimte” is een abstract begrip. Al sinds mensenheugenis heeft de mens de ruimte – en daarmee ook afstand en tijd – meetbaar gemaakt door zichzelf daarin af te beelden. De aarde, en later ook de kosmos, krijgt daarmee menselijke maten: een el,
een duim, een palm, een pas, een voet, een handbreedte, een uur gaans, op loopafstand, een dagreis. Het oud-egyptische decimale stelsel is gebaseerd op het gegeven dat we tien vingers hebben, en het oude Engelse maatsysteem op de spanwijdte van de armen, en ook de “gulden snede” is een menselijke maat die nog steeds opgeld doet in de bouwkunde. “De mens is de maat van alle dingen” kun je dus heel letterlijk nemen.

De maat die Annemieke Fanoy gebruikt is die van de zwemmer-in-schoolslag. Die maat is weergegeven in het raster dat in de middenzaal van de Kabinetten ligt, en waarin ook de golven van het water zijn verbeeld: het klotst zelfs tegen de muren op. En als je eenmaal die maat hebt, als raster uitgelegd in het (nog lege) zwembad, kun je dat in de context van het landschap plaatsen door een vlieger op te laten met een camera. En ook in beweging en dus tijd kun je dat zichtbaar maken: in het filmpje van de zwemmer zie je welke afstand/tijd één schoolslag vergt.
Maar het lichaam is ook een maat voor de ervaring: niet alleen de ervaring dat je de wereld kunt meten met je lichaam, maar ook het lichaam dat je laat voelen wat een uur gaans of een dagreis is.
Allerlei verslagen van voetreizen, veldtochten, af- en terugtochten worden dan invoelbaar, voorstelbaar of juist onvoorstelbaar. En hoezeer de wereld een menselijke maat heeft kun je juist voelen als dat eens niet het geval is: een trap met te hoge treden, een niet-passende stoel, een te lage (op de maat van middeleeuwse mensen gebaseerde) deur, het imponerende van de hoogte van een gotische kerk,
het intimiderende van een oud gerechtsgebouw, het overweldigende van een verdedigingswerk. Misschien is die lichamelijke ervaring van ruimte en tijd (dus van afstand) voor Annemieke Fanoy in haar wandelingen over Noord-Beveland en langs de Oosterschelde voor dit onderzoek wel het begin geweest: het beeld van het Zeeuwse landschap in de context van de menselijke maat.

..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

De rust van de chaos
Harmen Eijzenga © 2012

Het is maar een kleine ruimte: de lerarenkamer van het schoolgebouw in Middelburg waarin Annemieke Fanoy samen met een aantal andere kunstenaars haar atelier heeft. Langs de lange wand tegenover de deur een
rij kasten, enkele dicht, enkele open. Links een raam dat vrijwel de hele wand beslaat. Rechts een muur waaraan onder meer het nieuwste werk, geïnspireerd op haar strandvondsten: smalle tere linten elk op een velletje tekenpapier in een bepaalde vorm bevestigd. De volgorde ervan geeft me de indruk van een soort beeldgedicht, en dat zeg ik ook. Annemieke constateert verrast dat dat inderdaad het geval zou kunnen zijn, en dat ze in elk geval in een bepaalde volgorde – misschien deze – één werk zullen gaan vormen.

Op de vloer daarvoor andere strandvondsten: plastic jerrycans en emmers in verschillende maten, alle gescheurd of kapot, en dat moet ook zo, want daarom liggen ze nu hier: enkele ervan zullen als mal dienen voor diezelfde vormen in porcelein, een materiaal waarmee Annemieke nog maar kort werkt, een materiaal ook dat naar mijn idee het kapotzijn van emmer of jerrycan in breekbaarheid zal verdubbelen, maar waarvan de intense witheid de afvalstatus van de oorsprong juist zal ontkennen. Afval is dat trouwens nu al niet meer: het meenemen heeft het daarvan bevrijd, ontheven, en nu is alles mogelijk.

Aan de vierde wand, naast de deur, boven haar werktafel, hangt een soort prikbord, waarop bevestigd  allerlei persoonlijke dingetjes: takjes, lintjes, notities, die soms hun echo vinden in haar werk, binnengekomen zoals alle andere vondsten: een verzameling van voorlopigheid totdat  hun bestemming bepaald is. Nu is hun speciale plaats hier, waar ze ze steeds voor ogen heeft als ze aan die tafel zit te werken.

Voor de kastenwand aan de overkant een tafel waarop een aantal spieramen bespannen met een kleurrijke stof en elk beschilderd zo dat de kleuren van de stof daardoorheen schijnen. Van deze stof werden vroeger “beuken” gemaakt – een beuk is het bovenstuk – het hesje, zou je kunnen zeggen -van de Zeeuwse vrouwenklederdracht, en de kleuren daarvan zijn kenmerkend voor de streek en de klasse waarin de vrouw thuishoorde. Enkele van deze doekjes hebben een pianoscharnier aan een verticale zijde, waaraan ze opgehangen kunnen worden zo, dat je je ook de minstens zo intrigerende achterkant kunt toedraaien: daar schijnen dan juist weer de kleuren van de verf (eitempera) door de stof heen.

Ander, deels ook ruimtelijk, werk laat een andere kant van Annemiekes werkwijze zien: het grafische dat ook in het beeldgedicht van de smalle linten strandvondsten zichtbaar is – werk door het zetten van streepjes, en als het zetten van streepjes, van vertakkingen: blaadjes, strikjes, rietjes, houtjes, in elkaar gestoken of aan elkaar gehecht als ware het gegroeid, organisch, zoals ook het jongste werk: porceleinen takjes van bone china buisjes. En dan herinner ik me een werk uit 2008, getiteld wish: in een cirkel een stenig vlak dal in een berglandschap met een sterrenhemel van blaadjes, bloemen en takjes, en in de berghelling links een uitsparing in de vorm van een huis gebed in weer zo’n takkenstelsel – dit is de verbeelding van waar je als vanzelfsprekend deelgenoot van bent “zonder dat je je ermee hoeft te bemoeien, wat groter is dan jezelf en waarin ook het gevoel van ontheemd zijn is verdwenen,” zegt Annemieke, “verandering, groei, leven, dood, alles gaat gewoon zijn gang.”

Net als haar vindplaats in de Scheldebocht bij Wissenkerke: “die vindplaats bestaat alleen als je er bent, en elke keer zie je de verandering, daar maak ik ook steeds foto’s van, en zo neem je de vindplaats mee zoals hij was.” Dat geldt ook voor de vondsten: “die bestaan pas als ze gezien zijn, en kijken is jezelf herkennen, en dan zie je ook die tegenstelling: die troep op zo’n mooie plek - en ook dat die troep, eenmaal gevonden, in een waardevolle schat veranderd is.”

En dan zie ik dat haar atelier helemaal zo klein niet is – tenminste als je een atelier als werkplaats opvat. Je bent geneigd een atelier als een besloten of omsloten ruimte te zien. Maar wat ik al had kunnen weten uit wat Annemieke vertelde over haar vindplaats aan het strand: een werkplaats bestaat waar je ook bent en zolang als je daar bent. Ik ontdek dat pas, als ik word uitgenodigd om haar jongste project te komen bekijken, ook in Wissenkerke, in het Wissebad, een klein openluchtzwembad dat elk jaar in april, op de grens van winter en zomer, vanwege het jaarlijks schoonmaak- en schilder-ritueel leeg moet. Annemieke had me al een aantal foto’s laten zien van toen ze daar voor het eerst was gaan kijken, in de smetteloze sneeuw, met ook een foto van een dode egel, zoals ze me later, als ze daar al bezig is met haar project, een foto stuurt van een uit het lege bad geredde pad op haar hand voor de lens gehouden. Inderdaad: verandering, groei, leven, dood, alles gaat gewoon zijn gang, terwijl je er als vanzelfsprekend deelgenoot van bent.

In het diepe van dit bad legt ze een rasterwerk van duimstoksgewijs scharnierende latten waarvan de rastermaat – “distance”, het eerste titelwoord van dit project - bepaald is door lengte en breedte van een zwemmer-in-schoolslag. De latten overgolven elkaar scharnierend op de kruisingen. Er hoort een bikini bij en een badjas van één-centimeter-rasterstof die ze nog wil gaan bestikken met pailletten, een soort vissehuid moet dat gaan lijken, en dat ontlokt mij de vergelijking met een zeemeermin. Dat blijkt overeen te stemmen met haar plan voor het einde van dit project: als het bad weer vol water staat, zal ze als eerste daarin, dan moet ze “door” zoals
dat heet, en ook onder water, en de moed daarvoor – “courage”, het tweede titelwoord - zit in de zeemeerminnebadjas, bedenken we ter plaatse. En het eigenlijke project nu is de serie foto’s en de video die ervan gemaakt worden: dat gaat op reis naar wie dit zal willen laten zien.


En dat brengt me tenslotte tot het inzicht wat ik gemist heb ondanks dat het zo duidelijk te zien was (of misschien wel omdát het zo duidelijk te zien was): in Annemiekes werk is het proces, het bedenken en het maken en het registreren, eigenlijk belangrijker dan het resultaat daarvan – hoewel dat proces natuurlijk wel aanwezig en zichtbaar is in dat resultaat als het onvermijdelijk einde van al dat werk.  Zo liggen ook hier, in haar atelier in
dit Middelburgse schoolgebouw, al die strandvondsten op de vloer te wachten op de verandering onder haar handen die het zullen maken tot wat ze er al in herkend heeft.
Dat lijkt me ook de essentie van Annemiekes werk: verzamelen – fysiek en in haar hoofd - van wat ze gezien en herkend heeft zonder al te weten wat erin verborgen zit, maar in de zekerheid dat zich dat onder haar handen zal onthullen als ze daarvoor de tijd neemt, zodra ze daarvoor de rust kan vinden.

Het is maar een kleine ruimte, het atelier van Annemieke, en het is een grote chaos – en toch, wie er ook binnenkomt, zijzelf, collega’s, en ik ook, stelt vast: er gaat een grote rust van uit. Het is de chaos die de orde mogelijk maakt, die elke orde mogelijk maakt, het is een verzameling waar al in zit wat het moet worden, wat het kan worden, in het moeizaam verworven vertrouwen dat er iets uit kan groeien wat nog niet bestaat, maar dat juist
deze chaos mogelijk maakt.

..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

Planten
Annemieke Fanoy, 2010

Heden ten dage staan voornamelijk planten op mijn radar. Overal waar ik kom zoek ik steeds vaker naar hun betekenis voor de mens. In elke cultuur worden planten anders toegepast. We eten ze, voeren onze dieren ermee en gebruiken ze als geneesmiddel. Ze hebben een functie in onze talloze rituelen. We verbranden ze en hopen daarmee krachten buiten onszelf aan te spreken, als een bezwering tegen onheil.
Zo zag ik ergens in een trappenhuis in Belgrado een losjes in elkaar gestoken kransje bloemen hangen. De bloemen waren van een bleek geel, het ding hing er al jaren. Zo’n kransje geeft aan dat hier mensen thuis zijn en dat de inwoners voorspoed en bescherming wensen.
Ik haal inspiratie uit het plantenrijk en benut dit in mijn werk voor het vormgeven van belevenissen, gevoelens en herinneringen. Thema’s die terugkomen zijn orde en verwarring, je ontheemd voelen,
maar vooral de daarbij behorende zoektocht naar geluk. Geen glad geluk maar een ontdekkingstocht, met het werk als een plek om af en toe te schuilen. De wereld is overspoeld met bloemen, een noodzakelijk tegenwicht voor de vernietigende kracht van de mens.

..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

Plants
Annemieke Fanoy, 2010

Nowadays it is mostly plant life that I focus on. Wherever I go, I find myself looking more and more often for its significance for humankind. Every culture uses plants differently. We eat them, feed our livestock with them and use them as medicines. They have functions in our innumerable rituals. We burn them and hope that will let us speak to powers outside ourselves, as a way of warding off evil.
By a staircase in Belgrade, I once saw a loosely-bound wreath of flowers hanging. The blooms themselves were pale yellow; it had been hanging there for years. A wreath like that is a sign that people live there, a sign wishing the residents prosperity and protection.
I get inspiration from the plant kingdom and use it in my work as a way of representing and evoking experiences, emotions and memories. Recurring themes are order and confusion, feeling homeless or uprooted, and above all the search for happiness that goes with it. Not a happy-ever-after kind of good fortune, more a voyage of discovery, with the work as hiding place now and again. There is an abundance of flowers in the world,
a necessary counterweight to mankind's destructive capacity.